‘Fabriek haalt mosterd bij abdij’

Beeld Frederik Vercruysse

16.10.2017

Camp’s produceert ambachtelijke mosterd, pickles en opgelegde groenten. Enkele jaren geleden nam Ben Decock het familiebedrijf over en verhuisde naar Oudenaarde. Hij liet er een nieuwe fabriek bouwen waar de industriële productie verloopt in een ambiance van ambachtelijke tijdloosheid. Decock vroeg aan de architecten Dhooge en Meganck om een fabriek te ontwerpen als een abdij. Kloosterorden ontwikkelden een gezonde traditie van ora et labora, een cultuur waar werken in dienst staat van het leven. En niet omgekeerd, waar het werken het leven tot sleur maakt. De bedrijfsleider wou die visie gestalte geven in een nieuw gebouw. Onder het motto ‘gelukkige werknemers maken mooie producten’ streefde hij naar een gebouw met een serene uitstraling. De architecten liepen een tijd mee in de oude fabriek om het productieproces te leren kennen. Ze ontdekten er dat veel producten moeten worden getild, wat veel mankracht, heffen en pompen vergt. In plaats van de fabriek horizontaal te organiseren, bleek een verticale organisatie veel efficiënter. Zo konden de ingrediënten gewoon door zwaartekracht in het maakproces worden gebracht. Een steengeworden reis door de architectuurgeschiedenis Rond twee silo’s mosterdzaad ontwierpen de architecten een toren. De rode cilinders staan in de betonnen ruimte als monumentale zuilen in een Oudegyptische crypte. Terwijl de zwaartekracht hier in stilte haar werk doet, herschept een rond raam deze industriële hall tot een bezinningsruimte. Het raam kijkt als in een zentempel uit over de natuur. Eigenlijk zou elke arbeidsplek een dergelijke stilteruimte moeten hebben om werknemers daadwerkelijk rust te bieden tijdens pauzes. De architecten wisten de systeembouw van een lokale betonboer naar hun hand te zetten om deze sfeervolle industriële abdij neer te zetten. Voor de gevels lukt hendat perfect. De voorgevel met een poort, laadkade en toren, is uitgevoerd metbetonnen panelen die de plint en kroonlijst articuleren. De voegen zijn zo gekozen dat het geheel uit massieve blokken lijkt opgebouwd. Binnen gaan die strakke regie en de eenheid van materiaal en vorm wat verloren. Dat neemt niet weg dat dit gebouw vanaf het oprijden van het betonnen voorplein indruk maakt door zijn schoonheid en sereniteit. Door zijn cirkelvorm lijkt het voorplein een Romeinse arena. Eens binnen katapulteert de helixtrap je naar een ruimte die wel het Loirekasteel van Chambord lijkt.

Kortom, dit bouwwerk weet niet alleen een fabriek om te turnen tot een abdij, het is ook nog eens een steengeworden reis door de architectuurgeschiedenis. Zonder pretentie schrijft het zelf ook geschiedenis.

(Koen Van Synghel)

Vorige
Vorige

‘Maatwerk / Massarbeit’, Architektur aus Flandern und den Niederlanden’

Volgende
Volgende

‘Everything we see hides something else’