PARADISE LOST

column voor VIBE, Magazine 'Wonen met de natuur', nr.74 2015)

 

Hier zijn we dan, kinderen uit de jaren zeventig, balancerend op het einde van Generatie X, de ‘verloren generatie’, geboren in tijden van crisis met grootouders die nog in de loopgraven dienden. Het woord duurzaamheid was nog niet uitgevondenin onze jeugd tijdens de jaren tachtig. Diesel en sigaretten regeerden het land. De wereld is er gelukkig ondertussen wel een pak gezonder en groener op geworden, maar de kleur zegt niks over de diepte ervan.

‘Duurzaamheid’, tegenwoordig heel bon ton, is op zeer korte tijd de nieuwe, hippe klasgenoot geworden die op ieder feestje wordt uitgenodigd, maar die jammer genoeg vaak hetzelfde eenzijdige, oppervlakkige verhaal vertelt. Over wereldreddende, dure machinerieën die kunstmatig bepaalde E-peilen laag houden, over passiefhuizen in spookverkavelingen of zelfs in het verloren platteland. Ze leiden de aandacht af. We staren inderdaad allemaal naar onze navel, trots op ons elitair bioclubje, en we weten het wel degelijk. We stellen de verkeerde vragen. De kern van ons tijdperk – de tijdsgeest – ligt in alomtegenwoordige verwarring van de mensheid. Waarom blijven mensen elkaar categoriseren? Waarom hebben mensen burn-outs? Waarom zijn mensen afgunstig? Waarom willen we tegenwoordig allemaal in IJsland gaan wonen, één zijn met de natuur en is er hier maar één dikketruiendag per jaar?

Waarom die constante overdaad aan licht en eeuwigdurend minimalisme? Zijn we bang van wat we zullen vinden in onze schaduw, onze eigen verbeelding? Waarom leven we met bijzonder weinig voeling voor onze eigen identiteit, ons eigen klimaat, ons eigen menselijk ras? De basis van iedere vorm van duurzaamheid is onlosmakelijk verbonden met de mens en het aangaan van een duurzame relatie met jezelf, je vak, je medemens, het materiaal en de wereld rond je.

Antropologische, socioculturele, zelfs esthetische duurzaamheid.

Alles in de natuur is op zoek naar evenwicht, een toestand van rust. Hetzelfde geldt voor mensen. Laat ons dus beginnen bij de belangrijkste soort duurzaamheid: onze menselijke duurzaamheid als individu en als soort. We kunnen pas gelukkig zijn als we gelukkig zijn met onszelf, en daardoor ook werkelijk in staat zijn anderen gelukkig te maken. Laat ons daarom op zoek gaan naar de ware aard van alle dingen: van onze steden, onze natuur, onszelf. Laat alles zichzelf zijn en geen afkooksel. Laat de stad sterk verstedelijken en de natuur zichzelf daardoor heropladen. Laat ons niet ten onder gaan aan onze eigen hoogmoed. Kom samen in de steden en vorm tastbare gemeenschappen.

Sta open, heb geen vooroordelen, werk samen, durf je verbeelding te gebruiken. Neem geen genoegen. Wees constructief. Wees positief. Mensen zijn alleen... samen fantastisch.

D.